We hebben hier een vriend verdiend

Ik hoor vogels om wakker te blijven
in een omgeving die mij onbekend is.
Er staan schoenen bij de deur van de schuur
die mijn moeder daar niet heeft neergezet.
Zelfs de trampoline in de tuin brengt God niet dichterbij.

De vaste gasten hier zijn eend.
Merels poeren in de grond alsof hun leven ervan afhangt
en dat doet denken aan mijn vader die mijn moeder groet
met melk en een kan, met dove oren en veel geduld
of iets wat mij daaraan herinnert. Niet veel is zeker.
Mijn bloedsomloop is hier en elders van geen belang.

In de verte waar ik niet kan zien een man
met dagelijkse gewoonten die aan mij goed zijn besteed.
Hem kan ik vertellen waar ik zijn wil
als ik er niet wil zijn en over mijn gore ziel.
De vlinders vliegen laag vandaag denk ik dan dat ik wil
dat hij dan denken zal.
Maar hier is niemand om tegen te zeggen hoe fout ik ben of
hoe hard ik aan mijn haren trek, hoe vreselijk luid geluid kan zijn
hoe ik niet slapen kan
zodra de buurman fantaseert over zijn boot met vrouw en touw.
Vanavond komen zoals altijd de paarden op bezoek
hoewel dat op een dag nogal definitief kan zijn.

This entry was posted on Monday, May 10th, 2010 at 14:44 and is filed under gedichten. You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

Leave a Reply